
Mijn vader kwam
1963 naar België om te werken in de steenkoolmijn van Eisden, nabij Maasmechelen. Hij stond elke dag
7u op en nam
8 uur de lift naar beneden. Hij zat
's morgens
's avonds onder de grond. Hij zag
weekdagen dus niet veel daglicht. Enkel
het weekend kon hij een beetje van de zon genieten.
Een jaar later,
december, kwam mijn moeder ook naar België. Ik was toen twee jaar oud. Ik voelde me meteen in thuis in Maasmechelen. Ik ging met mijn vader vaak wandelen
het weekend, dikwijls in de buurt van de mijn.
Toen ik ouder werd, begon ik ook in de mijn te werken. Ik nam voor het eerst de lift naar beneden
4 augustus 1980. Ik zat
acht uur 's morgens
4 uur 's middags in de duisternis. Elke dag
12 uur pauzeerde ik even met mijn collega's om een boterham te eten. De mijn werd
december 1987 gesloten. Ik ging op zoek naar ander werk. Ik kon
enkele weken al aan de slag in de fabrieken van Ford in Genk.
Wij werkten in ploegen. Sommige weken moest ik
4 uur opstaan om op tijd te beginnen, andere weken was ik thuis overdag en werkte ik
zes uur 's morgens. Ik kocht mijn eerste auto één jaar later en
de zomer van 1989 reed ik met mijn gezin naar Turkije. Sindsdien bleef ik met mijn gezin elk jaar
half juli
half augustus in Turkije. Toch is Maasmechelen mijn thuis.